dinsdag 9 december 2008

Dora Tamanaplein

De zeemeermin vandaag



Zie ook Kauwgomwereld

Polaroids



maandag 8 december 2008

Expeditie #3

Nog steeds zijn er straten waarvan ik zou zweren dat ze er een week eerder nog niet waren. Hele pleinen soms. Als je op de kleine dingen let is het af en toe overmijdelijk om de grote uit het oog te verliezen. Ook zijn er van die plekken waarvan ik weet dat ze bestaan, namen die ik meerdere malen heb horen noemen, straten die zijn ingenesteld tussen straten waar ik al vele malen ben geweest en die door hun onvindbaarheid bijna mythische proporties aan hebben genomen. De Dusartstraat is er zo één.

Charles Dusart was een graag gezien man. Tijdens langeafsstandsmarsen had de kolonel de gewoonte halt te houden in een dorpsherberg. Hij dronk dan een glas met zijn mannen. Hij hield er van om te paard over Hasselts Groene Boulevard te rijden. Hij was de eerste Belgische hogere officier die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Hoeveel mensen in de Dusartstraat zouden dat weten?

In de Henriëtte Ronnerstraat wonen twee blinde kreeften. Altijd als ik er langs loop ga ik even kijken naar de bleekwitte wezens die door hun kleine wereld zweven. In de nabije Penseelstraat hangen de laatste gele bladeren aan de kale takken. De bladblazers die in de herfst de straten onveilig maakten staan bijna op stal. Op de hoek van de Eerste van der Helststraat en de Ceintuurbaan staat al dagen een la.

Ik loop mijn naam door de Pijp. Van de Ruysdaelkade bij de hoeren loop ik een M en daarna een O. Ik loop een N om het Sarphatipark, een I door de Eerste Sweelinckstraat en een kleine Q die eindigt in de van Woustraat. De U gaat via de Ceintuurbaan en de Hemonystraat over in de E die eindigt aan het begin van de Amstelbrug. Daarna dwars door het midden om in de Scheldestraat de rug van de B te lopen. Een E met een korte middenpoot die Pastelstraat heet en een S die zich van de Burgemeester Tellegenstraat naar de Jozef Israelskade slingert. De T voert langs de Carillonstraat en de E en de N door de Diamantbuurt. Ik eindig in de uiterste hoek waar de Jozef Israelskade en de Amsteldijk samenkomen.

Wat nu?

zondag 7 december 2008

Kauwgomwereld



woensdag 3 december 2008

Coöperatiehof

maandag 1 december 2008

Zoals het vandaag is

Lees hier de tekst.



De gouden deurmat


Carillonstraat

Over ruimte #3

“Volgens de joodse wet zijn joden verplicht om tijdens de sjabbat, een dag die duurt van vrijdag bij zonsondergang tot zaterdag na het verschijnen van de twee eerste sterren, absolute rust in acht te nemen en de problemen van de week naast zich neer te leggen om zich te wijden aan het Eeuwige. Het verbod op werk houdt onder meer in dat het dragen van voorwerpen tot buiten het eigen huis verboden is (sleutels, een boek, een tas, een kinderwagen die je voortduwt...). De Thora bepaalt echter dat dorpen of steden omringd door een van poorten voorziene vestingmuur worden beschouwd als een privédomein. In zulke dorpen of steden mag iedereen voorwerpen van het huis naar de straat en van de straat tot in huis dragen ... De stad wordt als het ware de woning. In onze moderne tijd zijn er nog maar weinig steden door muren omringd, met als gevolg dat vrome joden zich tot activiteiten binnenshuis zouden moeten beperken, ware het niet dat het is toegestaan om bij wijze van derogatie op de wet eroeviem aan te leggen, oftewel draden (of koorden) die een denkbeeldige muur vormen. In de meeste gevallen trekt men die ‘grenzen’ door palen op te richten en ze onderling te verbinden met dunne kabels van gegalvaniseerd staal. Zo wordt het gebied dat door de eroev is omheind tot een privé-ruimte, waarbinnen het is toegestaan om gedurende de sjabbat voorwerpen te vervoeren.
Volgens de Thora kan in elke door een eroev omheinde stad het publieke domein worden beschouwd als een privé-gebied.”

Uit “De Eroev” door Sophie Calle